Breitner en Israels - Frouke van Dijke

Frouke van Dijke

Breitner en Israels
Wbooks, 2020, 222 p.

Eind 19de eeuw steken twee jonge kunstenaars met kop en schouders uit boven hun tijdgenoten: George Hendrik Breitner en Isaac Israels (geschreven zonder trema om zich te onderscheiden van zijn vader, de beroemde Haagse school-schilder Jozef Israëls). Breitner en Israels vormen de kern van de eerste Nederlandse avant-gardebeweging. In Amsterdam bewegen ze zich in kringen van de Tachtigers. Israels verruilt zijn teken¬achtige stijl voor de losse toets van Breitner, de chroniqueur van het moderne stadsleven. Israels bekent in zijn brieven dat het werk van Breitner hem zowel inspireert als intimideert. De rivaliteit tussen de schilders zorgt voor spanningen en mondt uit in een ruzie die pas jaren later wordt bijgelegd. Breitner en Israels waren gevierde kunstenaars die uiteindelijk het beste in elkaar naar boven haalden. In tien hoofd¬stukken vergelijkbaar met verschillende rondes in een bokswedstrijd schetst Frouke van Dijke, conservator negentiende-eeuwse kunst bij Kunstmuseum Den Haag, een levendig beeld van de langdurige wedijver tussen deze twee rivaliserende schilders en hoe dit hun werk diepgaand heeft beïnvloed. Heerlijk lees- en kijkboek (200 afbeeldingen!) dat uitnodigt tot stellingname: wie van de twee was de grootste schilder? Nota bene: het boek kent twee uitvoeringen met afwijkende titels en omslagen: Breitner en Israels met een zelfportret van Breitner, en Israels en Breitner met een zelfportret van Israels. Een gimmick van de uitgever inhoudelijk is er geen verschil.