Nieuwe kaders - Flip Bool

Flip Bool

Nieuwe kaders
Wbooks, 2020, 144 p.

In hun zoektocht naar een moderne, objectieve blik hadden schilders en fotografen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw meer gemeen dan ze zich op dat moment realiseerden, of wilden toegeven. Kenmerken van de beeldtaal van het neorealisme en de Nieuwe Fotografie: een haarscherpe weergave van doodgewone dingen (zoals etalagepoppen en stil¬levens) en alledaagse situaties (zoals het stadsgewoel en bedrijvigheid in de haven) in al hun details, abrupt afgesneden door een kader, bij voorkeur in close-up, of vanuit een uitzonderlijk hoog of laag perspec¬tief. De moderne experimentele film, met zijn snelle montage en onopgesmukte acteurs, vormde een belangrijke gedeelde inspiratie¬bron. Dit grensverleggende boek laat voor het eerst zien hoe deze kunstdisciplines in Nederland toentertijd sterke verwantschap vertonen. Kunstenaars als Paul Citroen, Charley Toorop, Joris Ivens, en Eva Besnyö verkeerden regelmatig in dezelfde kringen en portretteerden elkaar regelmatig. Het gemeenschappelijke gevoel met iets nieuws bezig te zijn ontketende een vruchtbare wisselwerking. Drie auteurs werkten samen in Nieuwe kaders: kunst- en fotografiehistoricus Flip Bool; conservator Marieke Jooren; en filmhistoricus Vera de Lange. Dit royaal geïllustreerde boek, verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Museum MORE, zal voor veel lezers een eye opener zijn. Het nodigt uit om zelf voorbeelden te vinden van de kruisbestuiving tussen schilderkunst, fotografie en film.