Coronavrij door literair Den Haag

Illustratie voorjaarsbijeenkomsten

Op pad met schrijvers en dichters

Het is lente, maart 2021 en we zitten nog midden in de corona-lockdown.  Er kan en mag een heleboel niet, dus moeten we het nog even doen met wat er wél mogelijk is. Met z’n tweeën naar buiten bijvoorbeeld. Dan kun je door een park of bos gaan lopen of fietsen, maar als je van cultuur en literatuur houdt, is het maken van een literaire wandeling ook een goed idee. Wil de Graaf wandelt voor ons door Den Haag en heeft onderweg ontmoetingen met literaire grootheden van weleer.  

Op een frisse maar zonnige dag in maart sta ik voor bodega De Posthoorn aan het Lange Voorhout, de beroemde eet- en drinkgelegenheid met typisch Haagse grandeur. Links van de ingang is op de glazen wand een gedicht van Vasalis te lezen: Eb. Ik heb hier met mijn wandelmaatje afgesproken en samen lopen we naar het beeldje van Haags Jantje, recht tegenover het torentje van de minister-president. De wandeling gaat verder langs de Vijverberg richting de Passage, het oudste nog bestaande winkelcentrum van ons land. Een gevel in de rotonde wordt opgesierd door een sonnet van de dichter Gerrit Achterberg.

We keren terug en vervolgen onze weg via de andere kant van het statige Lange Voorhout, door letterkundige Kees Fens ‘de mooiste plek van Nederland’ genoemd. Er is hier veel literairs te zien: In de Kloosterkerk ligt Jacob Cats begraven en op nummer 7 woonde de familie Bentinck, waarover Hella Haasse twee boeken heeft geschreven. Voor galerie Pulchri Studio staat het standbeeld van Louis Couperus, gemaakt door beeldhouwer Kees Verkade. Op de sokkel staan de woorden: ‘Zoo ik íets ben, ben ik een Hagenaar.’

Couperus  

We blijven het spoor van deze schrijver van tal van Haagse en Indische romans even volgen. Bij hotel ‘Des Indes’ slaan we linksaf en daarna lopen we via een smalle straat door de charmante Denneweg, waar veel mogelijkheden zijn om een coffee to go in te slaan.
Aan het eind gaan we linksaf en weldra staan we voor Mauritskade 43, waar een gevelsteen vermeldt dat Couperus hier werd geboren. Even verderop gaan we rechtsaf het bruggetje over, net als dokter Takma uit Van oude mensen de dingen die voorbijgaan, als hij op visite gaat bij zijn vriendin Ottilie. Het Couperusmuseum in de Javastraat is momenteel vanwege corona gesloten, maar we nemen ons voor om, als dat weer kan, hier een kijkje te gaan nemen. We passeren het borstbeeld van Couperus en zijn ons ervan bewust dat dit de buurt is waar hij in verschillende huizen heeft gewoond. Ook veel personages uit zijn romans heeft hij hier laten wonen, zoals de Van Saetzema’s uit De boeken der kleine zielen in de Surinamestraat en Eline Vere op het Nassauplein, als zij bij haar zus Betsy en zwager Henk van de Raat inwoont. Couperus kwam zelf als vijftienjarige op dit statige plein op nummer 4 wonen, nadat de familie was teruggekeerd uit Nederland-Indië, maar hij vond het er maar niks. ‘Het kleinere huis, het gat van een tuin, geen rijtuigen en geen paarden; twee meiden en een knecht in plaats van dertig bedienden. Ik begreep er niets van en dacht dat mijn ouders geruïneerd waren’, zou hij er later over zeggen.
 

Muurpoëzie in de Archipelbuurt

Op de blinde muur van een huis op de hoek van de Surinamestraat ontdekken we een gedicht van Rutger Kopland. Het is het eerste muurgedicht van een serie van inmiddels bijna twintig die de Stichting Archipelpoëzie in deze buurt sinds 2012 heeft aangebracht. Het doel van deze stichting is om de Archipelbuurt en Willemspark en daarmee Den Haag te verfraaien door op blinde muren en ramen poëzie te tonen. De gedichten worden door kunstenaars in een met zorg gekozen letter geschilderd. Terwijl we ronddwalen In de straten met namen van Indische eilanden, komen we enkele prachtige gedichten tegen, zowel Nederlandse als buitenlandse.

Begraafplaatsen

Wie wel eens stedentrip heeft gemaakt naar Parijs, bracht toen misschien een bezoek aan de indrukwekkende begraafplaats Père-Lachaise, waar veel beroemdheden hun laatste rustplaats hebben gevonden. Ook in Nederland kan het interessant zijn een begraafplaats te bezoeken. We lopen de Bankastraat uit en gaan dan rechts naar de ‘Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan’, waar we na een korte zoektocht het graf van Geertruida Bosboom-Toussaint vinden, de negentiende-eeuwse schrijfster van historische romans, zoals Het huis Lauernesse. In de nis van het grafmonument in neorenaissancestijl bevindt zich een beeld van Terpsichore, de godin van de dans en de poëzie. Onder het beeld staat de tekst: ‘Hulde van Nederlandsche vrouwen aan A.L.G Bosboom-Toussaint’. We zijn nu zo enthousiast dat we besluiten via de Scheveningse Bosjes nog even door te lopen naar de begraafplaats ‘Ter Navolging’ in Scheveningen. Achter een gietijzeren toegangshek bevindt zich een klein kerkhof, waar de schrijvende vriendinnen Betje Wolff en Aagje Deken naast elkaar zijn begraven. Het is bijna ontroerend om hier in alle rust de namen van de schrijfsters van De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart op de plaquette aan de muur te lezen.

Aan zee

Nu we toch in Scheveningen zijn, lopen we nog even door naar zee. Onderweg komen we langs huizen waar weer andere schrijvers en dichters hebben gewoond, te veel om op te noemen. We hebben nu ongeveer 7 kilometer gewandeld en nog lang niet alles gezien.  Misschien komen we nog eens terug of we maken een literaire wandeling op andere plekken in Nederland. Overal hebben schrijvers gewoond, in veel stadscentra vind je muurpoëzie. Je kunt je laten leiden door een deskundige gids of je wandelt met een boekje over literaire wandelingen in de hand. Zelf je weg zoeken kan ook. Op internet is veel informatie te vinden, hebben we gemerkt.  
Op de terugweg maken we gebruik van de tram, maar eerst gaan we nog even op het strand zitten om de frisse zeelucht op te snuiven en te luisteren naar de rollende golven. Dichteres Vasalis werd geboren in Den Haag, maar woonde in haar jeugd op de Kranenburgweg 24 in Scheveningen. Vanuit haar slaapkamerraam op de derde verdieping had ze uitzicht op zee. In veel van haar gedichten komt de zee voor, zoals in het gedicht Eb dat we aan het begin van deze wandeling bij De Posthoorn al tegenkwamen.


Hier is de printversie voor als u zelf op pad wilt.

Wil de Graaf
Maart 2021