Keuzelijst kunstgeschiedenis 2020-2021


Klik hier voor de printversie van de keuzelijst. Tot 1 juli zullen ook de titels uit seizoen 2019-2020 in deze lijst zichtbaar zijn.

Betekenis symbolen: het aantal penseeltjes (1, 2 of 3) duidt op de moeilijkheidsgraad van de boeken.


In Ogenschouw, essays over kunst

Julian Barnes
U20-01
Olympus, 2019, 320 p.

Boeit het oog, prikkelt het de hersenen, zet het de geest tot reflectie aan en beroert het het hart; en verder is er vakmanschap in te bespeuren? Ziedaar de meetlat die Julian Barnes hanteert in zeventien essays bij het beschouwen van kunstobjecten). Over Géricault tot en met Hodgkin. Hij schrijft niet als kunstkenner, maar als liefhebber. Die liefde begint in 1964 als hij zonder dat het moest het Musée Gustave Moreau bezoekt, waar hij wordt geraakt door Moreaus werken. De kunstessays vertellen samen het verhaal over de manier waarop de kunst vanuit de romantiek via het realisme is uitgekomen bij het modernisme. Maar pas op, Barnes schrijft geen kunstgeschiedenis. Tijdens zijn zoektocht analyseert hij waarom zijn oog blijft hangen, waarom hij betoverd raakt of juist niet. Daarnaast schuwt hij het smeuïge anekdotische niet. Zo wil hij te weten komen waarom Vuillard zo vaak zijn vrouw in bad schilderde of waarom Picasso eigenlijk bang was voor Braque.

Links genoemd in de leeswijzer

  • VPRO Julian Barnes nieuwe boek over kunst
  • vn.nl Julian Barnes Kunstzinnige vivisecties

DADA. Een geschiedenis

Hubert van den Berg
U20-02
Vantilt, 2016, 267 p.

Dada. Een geschiedenis beschrijft het ontstaan en de ontwikkeling van de dadabeweging. Een kunststroming met vele gezichten: beeldende kunst, theater, manifesten en performances. Dada wordt vaak een antibeweging genoemd. Maar in werkelijkheid is dada een samensmelting van de vooroorlogse avant-gardistische ismen geweest zoals het kubisme, futurisme en expressionisme, en de opmaat voor het surrealisme en het constructivisme. Na de ontluistering van de Eerste Wereldoorlog vonden kunstenaars van allerlei pluimage vluchtelingen en emigranten elkaar in het Zwitserse Zürich. Dada is een wel heel belangrijke kunststroming in de ontwikkeling van de moderne kunst en literatuur van de twintigste eeuw. De echo daarvan klinkt nog steeds na in de hedendaagse kunst. Een dikke pil, maar wel met veel en kleurig illustratiemateriaal. Absoluut de moeite waard wil je iets meer weten over deze kunststroming tussen de twee wereldoorlogen van de vorige eeuw.

Links genoemd in de leeswijzer

De jonge Rembrandt. Een biografie

Onno Blom
U20-03
De Bezige Bij, 2019, 277 p.

In het Rembrandtjaar verscheen een pareltje: De jonge Rembrandt. Een biografie, geschreven door Onno Blom. Deze ervaren biograaf, ook geboren in Leiden, heeft kennis van kunst en van Leiden. Het boek volgt de jonge kunstenaar in diens Leidse periode (1606-1632) met de vraag: hoe werd de jonge Rembrandt de grote schilder Rembrandt? Onno Blom beschrijft het leven van alledag van het Leiden in de tijd van de Republiek met zijn godsdiensttwisten en de opstand tegen Spanje. Rembrandt bracht er zijn jeugd- en adolescentiejaren door. We lezen hoe de schilder groeit in vakmanschap en zeggingskracht. Het zelfportret met breedgerande hoed uit 1632 (zie omslagbeeld) is de Leidse finale: "Rembrandt was Rembrandt geworden", aldus Onno Blom. En de schilder verhuist naar Amsterdam. De Jonge Rembrandt leest als een trein. Het gaat over een mens van vlees en bloed en over de fascinatie van de ene Leidse jongen voor die andere Leidse jongen.

Blikseminslag. Stukjes over kunst

Carel Blotkamp
U20-04
Waanders & de Kunst, 2018, 160 p.

Carel Blotkamp schrijft in het tijdschrift Kunstschrift. Onder de verzamelnaam Blikseminslag zijn nu 35 artikeltjes gebundeld. Hij neemt de lezer mee langs de drie themas. Blikseminslag zijn bijzondere beschrijvingen van persoonlijke ervaringen van de auteur, waarvan het meest indrukwekkende is Walter De Maria en Giovanni Bellini, Portret van Doge Leonardo Loredan. In Grensgebied kijkt de auteur naar de beeld technische overgangen van vlakken en vormen. Carel Visser Stervend paard, Jan Toorop Lijnenspel en Barnett Newman Right Here komen met anderen aan de orde. In De woorden komen letters en teksten, zoals kunstenaars die aan de werken toevoegen, in beeld. Voorbeelden zijn René Magritte Het rode model, Marlene Dumas Waiting for Meaning en van Jacoba van Heemskerck het werk Kleurencompositie nr. 106. Het werk is vlot geschreven en kan naar persoonlijke volgorde en interesse gelezen worden. Het is fraai geïllustreerd met ruim 60 afbeeldingen van kunstwerken. 
 

Oogzenuw

Maria Gainza
U20-05
Podium, 2018, 188 p.

Elf verhalen, maar ook een roman over het leven van de ik-figuur, van wie we de naam niet kennen, in Argentinië, Buenos Aires en omstreken. In deze roman verweeft Maria Gainza, een Argentijnse kunstcriticus, op een originele wijze kunst met ervaringen uit het leven van de hoofdpersoon. Voor de hoofdpersoon is het museum een schuilplaats. Mijn overlevingsinstinct leidt mij altijd naar musea, zoals mensen in oorlogstijd schuilkelders in vluchten. De ik-figuur komt er steeds terug en kijkt dan weer opnieuw naar haar favoriete schilderijen. Zo krijgen ze betekenis voor haar, maar misschien ook voor de lezer. Mysterieus, vervreemdend, soms schijnbaar van de hak op de tak springend. Maar zo mooi van taal. Door de ogen van de ik-figuur kijken we naar schilderijen waar we wellicht nooit eerder naar keken, zoals Het hert van Dreux. Geen plaatjes in dit boek, maar op YouTube staat een filmpje waarin alle schilderijen uit het boek achter elkaar zijn gezet, met een muziekje eronder.

Links genoemd in de leeswijzer

Interieurs van het Binnenhof. Verscholen erfgoed in beeld

Paula van der Heiden
U20-06
Stokerkade, 2018, 239 p.

Paula van der Heiden start haar rondleiding door het Binnenhof met de geschiedenis van het Grafelijk Hof. Van de stichting in de dertiende eeuw schakelt ze door naar het regeringscentrum van 1812 en naar het huidige gebruik door Eerste en Tweede Kamer en het Ministerie van Algemene Zaken (t torentje). Na het totaaloverzicht komen de interieurs van de acht verschillende bouwdelen met hun historische bronnen en beschrijving met uitvoerig fotowerk aan bod, de inrichting met meubelstukken - van troon tot boekenkast - en de (historische) afwerkingen van vloer, wand en plafond (-schilderingen). Ook de bij de bouwhistorie betrokken architecten krijgen ruime aandacht. Tot besluit is er nog een interessant totaaloverzichtje van trappen en trappenhuizen - van statietrap tot roltrap - opgenomen. De twee-eeuwen-durende verbouwgeschiedenis van herbestemming, aanpassing en inrichtingen toont heel diverse stijlen en vormen door de tijdgebonden keuzes van rijksbouwmeesters in die periode.

Tuymans volgens Tuymans, twintig jaar in gesprek met Luc Tuymans

Danny Ilegems
U20-07
Lebowski Publishers, 2019, 176 p.

Van 1999 tot 2019 interviewt de Vlaamse journalist Danny Ilegems Luc Tuymans, de kunstschilder uit Antwerpen. Deze interviews zijn nu gebundeld en van een context voorzien. In deze twintig jaar groeide Tuymans uit tot een wereldberoemd kunstenaar. Zijn werk is vertegenwoordigd in de meest prestigieuze kunstverzamelingen en musea, met als voorlopig hoogtepunt de tentoonstelling in Palazzo Grassi in Venetië, zomer 2019. Tuymans vertelt openhartig over zijn werk en leven, de kunstwereld en de politiek. Een mooi portret van Tuymans, zijn werk en zijn drijfveren. In de tijd dat schilderkunst een ondergeschoven kindje was op de internationale kunsttentoonstellingen, bleef Tuymans zich ontwikkelen als schilder. Zestien pagina's kleurenfotos maken dat we direct een beeld krijgen waar het over gaat. Enige voorkennis van de kunstwereld helpt, maar de zoekmachine is geduldig. De interviews lezen vlot en geven een goed en verdiepend beeld van de kunstenaar.

Links genoemd in de leeswijzer

Charlotte van Pallandt. Kunst als levensdoel

Maarten Jager
U20-08
Waanders uitg., Museum de Fundatie, 2019, 144 p.

Maarten Jager beschrijft in het rijk geïllustreerde boek naast de leef- en denkwereld van Charlotte van Pallandt haar ontwikkeling als beeldhouwster. Een sterke vrouw die keihard werkte: Wat telt is mijn werk. Dat is de reden van mijn bestaan. Charlotte van Pallandt (1898-1997) ging na een kort huwelijk in de jaren twintig van de vorige eeuw naar Parijs, waar zij teken- en schilderlessen nam en beïnvloed werd door het kubisme. Later begon zij met beeldhouwen, destijds uitzonderlijk voor vrouwen. Haar kracht lag in beelden van de menselijke figuur en speciaal in het maken van koppen, waaruit de karakters sterk naar voren kwamen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg zij brede erkenning van kunstminnend Nederland. Charlotte van Pallandt is vooral bekend door haar stoere beeld van koningin Wilhelmina. Maar uit het boek blijkt dat zij veel meer in huis had. Te denken valt aan de serie Truusbeelden van haar vaste model Truus.

Links genoemd in de Leeswijzer

De Ploeg: avant-garde in Groningen 1918-1928

Mirjam Mariëtta Jansen (red.)
U20-10
Wbooks, 2018, 272 p.

De Groningse Kunstkring 'De Ploeg' kende een bloeiperiode tussen 1918 en 1928. Kunstenaars als Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra en H.N. Werkman lieten zich inspireren door het Duitse expressionisme. De kennismaking van Jan Wiegers met Ernst Ludwig Kirchner in Davos werkte daarbij als katalysator. Als een echte avant-gardebeweging deed De Ploeg van zich spreken. Ook architecten, beeldhouwers en letterkundigen sloten zich aan en trokken De Ploeg de internationale avant-garde in. De focus van dit boek ligt op De Ploeg in de stormachtige jaren twintig, met lokale miskenning naast internationaal succes en met scherpe meningsverschillen naast vruchtbare samenwerking. Mariëtta Jansen, conservator van het Groninger Museum en andere specialisten behandelen in dit royaal geïllustreerde boek alle facetten van De Ploeg. Dit overzichtswerk maakt je deelgenoot van het enthousiasme en de experimenteerdrift van een kunstenaarsgroep die wordt beschouwd als een van de belangrijkste in de Nederlandse kunstgeschiedenis van de twintigste eeuw.

Links genoemd in de leeswijzer

De wereld van Pyke Koch

Andreas Koch e.a.
U20-13
Wbooks, 2017, 160 p.

Dit boek besteedt in vier essays aandacht aan de wereld van Pyke Koch (1901-1991): zijn werk en zijn leven in de context van zijn tijd. In de jaren dertig was zijn naam definitief gevestigd als een van de meest vooraanstaande kunstenaars en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het magisch realisme in Nederland. Kleinzoon Andreas beschrijft in een essay zijn herinneringen aan zijn grootvader. Kunsthistoricus Roman Koot gaat in op het vroege werk van Koch en schetst een beeld van de culturele wereld in Utrecht rond de jaren dertig. Kunsthistorica Mieke Rijnders behandelt de keuze van Koch voor het fascisme en wat dat voor zijn werk betekende en Marja Bosma tot slot geeft een verslag van de zoektocht van Koch naar een ideale kunst. Het boek bevat veel prachtige illustraties. Ook als je geen fan van het magisch realisme bent, is het interessant om te lezen hoe een autodidact zich zo snel ontwikkelde als kunstenaar in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Links genoemd in de leeswijzer

De Kunstmeisjes

Mirjam Kooiman e.a.
U20-09
Meulenhoff, 2019, 264 p.

Gemiddeld kijken mensen twintig seconden naar een kunstwerk. Maar welke geheimen ontvouwen zich op dat moment? Het boek De Kunstmeisjes is geschreven door drie jonge kunsthistorici die mensen enthousiast willen maken voor kunst. Daartoe hebben ze vijftig van hun favoriete kunstwerken geselecteerd die zich bevinden in Nederlandse musea. We treffen in het boek voorbeelden aan van fotografie, videokunst, sculptuur, schilderijen, altaarstukken en super-hedendaagse installaties gemaakt door diverse kunstenaars van Frans Hals, Breitner en Morandi tot Yayoi Kusama, Louise Bourgeois en Anish Kapoor. De auteurs duiken onder het oppervlak van de kunstwerken en vertellen verrassende, ontroerende en grappige verhalen die zich daar verschuilen. Elk kunstwerk dat behandeld wordt, staat in het boek afgebeeld. Ook als je al een enthousiaste museumbezoeker bent, is het leerzaam en grappig om verhalen te lezen vanuit verschillende invalshoeken over vijftig geselecteerde kunstwerken uit diverse tijdperken.

Links genoemd in de leeswijzer

Lichtjaren, een geschiedenis van de fotografie

Hans Rooseboom
U20-12
Meulenhoff, 2019, 303 p.

De komst van de fotografie in 1839 heeft grote invloed gehad op alle gebieden waarin beeld een rol speelt. Denk aan wetenschap, kunst, reclame of nieuws. Van een bescheiden middel dat door weinigen beoefend werd, is het uitgegroeid naar het invloedrijke en overal aanwezige massamedium dat nu door velen beoefend wordt. De schrijver van Lichtjaren, Hans Rooseboom, is conservator fotografie van het Rijksmuseum. Hij beschrijft de geschiedenis van de ontwikkeling van fotografie: hoe veroverde fotografie de wereld, wat is het nut en wat het gevaar, wat is de kracht van het beeld en ook .... is het kunst? Rooseboom heeft zijn boek geïllustreerd met talloze fotos, deels als zelfstandige kunstwerken, maar ook als getuigen en tijdsdocumenten van opvattingen, gewoonten en tradities. Fotografie is inmiddels een vanzelfsprekend communicatiemiddel dat net als taal ons informeert, emotioneert of ontroert. Dit boek maakt duidelijk hoezeer fotografie onze manier van kijken heeft veranderd. In ons dagelijks bestaan, in het nieuws, in de reclame en...... in de kunst!

Links genoemd in de leeswijzer

De avant-gardisten: De Russische Revolutie in de kunst 1917-1936

Sjeng Scheijen
U20-14
Prometheus, 2019, 587 p.

De Russische Revolutie van 1917 was een buitenkans voor avant-gardistische kunstenaars als Kazimir Malevitsj, Vladimir Tatlin en Aleksandr Rodtsjenko. Toch was het niet aan de bolsjewieken te danken dat deze 'futuristen', zoals ze zichzelf noemden, nieuwe kunstvormen introduceerden zoals performance, installatie, abstract en conceptueel werk. De revolutie in de kunst was al eerder in de nieuwe eeuw begonnen. Het is een 'schitterend misverstand' dat avant-garde en sovjetmacht schouder aan schouder optrokken. Het lag allemaal veel gecompliceerder betoogt dit met de Bookspot Literatuurprijs voor non-fictie bekroonde boek van slavist en kunstkenner Sjeng Scheijen. Dit boek kreeg veel lof toegezwaaid. Het leest als een trein, geeft een verpletterend tijdsbeeld vol dramatiek, zoals de tweestrijd tussen de ongekroonde leiders Malevitsj en Tatlin. Wie zich aangesproken voelt door de Russische avant-garde vindt hier veel nieuwe inzichten en voldoende stof tot discussie.

Links genoemd in de leeswijzer: 

Toer van Schayk: danser, choreoraaf & kunstenaar

Astrid van Leeuwen, Maaike Stafhorst
U20-11
Walburg Pers, 2016, 112 p.

'Toer van Schayk (1936): danser, choreograaf & kunstenaar' is een breed opgezet kunstenaarsportret. Redacteur Astrid Van Leeuwen beschrijft zijn leven, werk en persoonlijkheid. Uit interviews met vrienden en collega's van het Nationaal Ballet zijn heel verschillende ervaringen met de beeldend kunstenaar en danser genoteerd. Met de interviews komt ook de ontstaansgeschiedenis van de naoorlogse Nederlandse Theaterdans ter sprake. Uitvoerig in beeld komen de decor- en kostuumontwerpen voor balletten met ontwerpschetsen en kleurenillustraties. Los van het werk voor de danswereld is er het oeuvre dat bestaat uit portretten in klei en schilderwerk op doek en op storyboards. Het vrije werk ontstaat vanuit de eigen fascinaties voor mensen uit zijn directe omgeving en zijn verleden. Met de set vragen en opdrachten komen aan de orde: de praktijk van het zien en ervaren van theaterdans, de muzikaliteit en bewegings¬kunst, het decors en de licht- en kleurontwerpen en de kostumering waarin dansers zich bewegen.

Door het beeld. Door het woord

Peter Henk Steenhuis, René Gude
U20-15
ISVW Uitg. i.s.m De Ketelfactory, 2015, 336 p.

Het boek bestaat uit twee delen. In 'Door het beeld' geeft Peter Henk Steenhuis gesprekken weer met 21 kunstenaars. Zij exposeerden in de Ketelfactory in Schiedam en vertellen over de bronnen van waaruit zij werken en wat hen inspireert. Hun antwoorden zijn uitvoerig en mooi geïllustreerd door enkele goedgekozen werken. 'Door het woord' bevat negen beschouwingen, waarin Steenhuis met - toenmalig Denker des Vaderlands - filosoof René Gude (1957-2015) brainstormt over de door de kunstenaars aangedragen concepten. Enkele onderwerpen zijn: 'Geest en Materie', 'Meditatie', 'Lust' en 'Empathie'. Het werk is fraai uitgevoerd met scherpe kleurenfoto's van de kunstwerken. Uit de interviews komen de persoonlijke vooronderstellingen van de kunstenaars naar voren, die weer tegen het licht gehouden kunnen worden met de ideeën en uitspraken van de filosoof Gudde.