Interview met Atanka Mensink, lid van leesgroepen Geschiedenis én Kunstgeschiedenis

27 oktober 2018

Lezen hoorde altijd al tot de interesses van Atenka Mensink, maar na haar pensionering wilde ze ook ervaring opdoen met het lezen van non-fictie over voor haar nieuwe onderwerpen. Romeinse keizers, Eerste Wereldoorlog, Boerenopstand, Tachtigjarige Oorlog, hoe divers en hoe wijd verspreid wil je de keuze nog hebben? Het lezen, en vooral het discussiëren naar aanleiding van de bestudeerde onderwerpen, bevalt haar goed en smaakte naar meer waardoor Atanka vorig jaar bij de oprichtingsbijeenkomst van een leesgroep Kunstgeschiedenis meteen besloot hier ook aan deel te nemen.

In het TheoThijssenmuseum

De geschiedenisgroep bestaat inmiddels een jaar of twee, en komt ongeveer eens per zes weken bijeen op een unieke locatie: het Theo Thijssen Museum. De vaste kern van zes deelnemers heeft een coördinator die de contacten met Senia onderhoudt, en een roulerende dagvoorzitter. De gekozen boeken leveren moeiteloos zoveel gespreksstof bij de discussie, dat in de praktijk nauwelijks gebruik gemaakt wordt van de vragenlijsten in de leeswijzers. Enkele deelnemers hebben ruime historische kennis, en kunnen die moeiteloos binden aan de nieuwe boeken uit de lijst. De samenvattingen blijken heel waardevol als aanknopingspunt voor het gesprek. Vooral ook omdat het lezen van non-fictie toch wel veel van de concentratie vergt. Wat hierbij zeker stimulerend is, zijn de mooie keuzes die de werkgroep Geschiedenis maakt binnen het algehele aanbod. Het taalgebruik van de auteurs is heel toegankelijk, ook voor de niet-professionele lezer.

Naar een tentoonstelling

In de leesgroep Kunstgeschiedenis heeft zich inmiddels een iets andere werkwijze uitgekristalliseerd. Naast de coördinator (tevens gastvrouw) bij deze groep is er ook een vaste voorzitter van de bijeenkomsten, en wordt dankbaar gebruik gemaakt van de geformuleerde vragen. De verdieping binnen de onderwerpen is erg aantrekkelijk en dat nodigt vaak uit tot het bezoek aan een verwante tentoonstelling. In deze groep blijkt het verloop iets groter; kennelijk hebben aspirant-deelnemers soms andere verwachtingen dan wat de aanpak van Senia biedt. De rol van ieders eigen inbreng en de aansporing om via de informatie op de website nog dieper op de materie in te gaan, spreken haar bijzonder aan, maar kennelijk is dat niet voor iedereen een aantrekkelijke factor. Atanka oppert ook de suggestie om een bijeenkomst te laten bijwonen door één van de werkgroepleden, die dan bijvoorbeeld extra informatie (in lezing-vorm?) zou kunnen verschaffen over het besproken boek.
De ontmoeting en uitwisseling tussen gelijkgestemden is van groot belang voor Atanka, en een welkome aanvulling op haar andere – meer sportieve en creatieve – tijdsbestedingen. 

Groei Senia

De werkwijze en de organisatievorm van Senia worden bijzonder gewaardeerd, ook de inzet en het enthousiasme van alle vrijwilligers, de deelnemers en alle anderen die hierbij betrokken zijn. Het lijkt haar wel belangrijk ervoor te waken dat de continuïteit binnen de organisatie goed gewaarborgd wordt opdat het succes van Senia niet boven ieders hoofd gaat groeien. Is het een idee om wat vaker een beroep te doen op stagiaires van bij voorbeeld de School voor Journalistiek? Eén ding werd zeker duidelijk in dit gesprek: Atanka komt bij Senia beslist aan haar trekken!