Een tweede keer kun je een boek makkelijker al lezend analyseren, je leest met een focus

1 september 2017

In de ongeveer duizend Senia-groepen zitten een kleine zevenduizend mensen, allemaal met hun eigen, vaak bijzondere verhaal. Dat geldt zeker voor Marianne Poorthuis uit De Steeg, een dorp in de buurt van Arnhem. We spreken af in pannenkoekenrestaurant Strijland in Rheden, op een steenworp afstand van het station. Het zit hier vol met lunchgasten, maar we vinden een tafel in een rustige hoek naast de deur. 

Twee leesgroepen

Toen er twee jaar geleden in boekhandel Jansen & De Feijter in het naburige Velp een nieuwe Senia-leesgroep werd opgericht, meldde Marianne zich aan als deelnemer, hoewel ze al lid was van een andere leesgroep. Zo had ze een tijdje twee leesgroepen naast elkaar. De eerste groep bestond al wat langer en werd geleid door een docent Nederlands, wat prettig en leerzaam was. Je kon je er per keer voor inschrijven, waardoor het aantal deelnemers schommelde van twee tot soms wel twintig deelnemers. Maar twee leesgroepen werd haar te veel. Ze koos voor Senia en daar is zij nog steeds heel tevreden over: het is fijn om in een vaste groep te zitten met een duidelijke structuur.

Permanente educatie

Marianne heeft een onderwijsachtergrond. Ze gaf les op de Pabo in Hilversum in de vakken beeldende vorming en textiel. Ook werkte zij als docent textiel, mode en kleding op het mbo, havo en vwo, en gaf ze tweeënhalf jaar les in de onderbouw van het basisonderwijs, in een achterstandswijk. Bij de Onderwijsbegeleidingsdienst was ze actief als trainer en als begeleider op de werkvloer van de Voor- en Vroegschoolse educatie. Daarnaast heeft Marianne veel gedaan op het gebied van kunst en cultuur. Na haar verhuizing van Hilversum naar De Steeg zat ze vijftien jaar in de Monumentencommissie/Commissie Cultuurhistorie van de gemeente Rheden; ze ontwikkelde  erfgoedprojecten voor het onderwijs in opdracht van de provincie Gelderland; ze heeft een eigen bedrijf op het gebied van erfgoed  en ontwikkelt cultuurhistorische wandel- en fietsroutes; ze stuurt een groep vrijwilligers aan die textielreparaties verricht voor kasteel Middachten. Het is maar een greep uit alles wat Marianne deed en nog steeds doet. Die verschillende banen noopten haar telkens tot het volgen van nieuwe studies: na modevormgeving op de kunstacademie in Utrecht studeerde zij kunstgeschiedenis in Amsterdam, later volgde ze de Pabo en diverse, korte opleidingen. Het is het verhaal van een leven vol creativiteit, leergierigheid en sprankeling. Het duizelt mij als ze me er met een schittering in haar ogen over vertelt.

Diepgang

Wie altijd zo druk is met studie en werk komt er vaak niet aan toe om literatuur te lezen, behalve dan in de vakanties. Nu die tijd er wel is, is Marianne bezig met een inhaalslag. Ze doet dat heel grondig. Als in haar leesgroep Jij zegt het van Connie Palmen wordt besproken, dan leest zij meteen ook een boek van Sylvia Plath en van Ted Hughes, het liefdespaar over wie Palmen schrijft. Van haar eerste leesgroep nam ze de tip mee om een boek twee keer te lezen. “Een tweede keer kun je een boek makkelijker analyseren, je leest met een focus”, zegt ze. Dat vindt ze belangrijk, want zo krijgt de bespreking meer diepgang. Een enkele keer leest ze een boek zelfs drie keer. Dat is niet per se noodzakelijk, vertelt ze, maar het kan wel prettig zijn na een bespreking en het vernemen van de ervaringen en meningen van anderen. Ook het zien van een boekverfilming zet soms aan tot het voor de derde keer lezen van het boek.

Als het interview is afgelopen, zie ik dat alle pannenkoekeneters zijn vertrokken. Ik heb daar niets van gemerkt, want ik luisterde naar een boeiend verhaal.

Wil de Graaf