Het geheim van de werkgroep geschiedenis

18 april 2017

Bert Timmerman en de zijnen hebben het in het begin van het kalenderjaar altijd erg druk. Zij lezen dan de geselecteerde boeken die mogelijk een plaats kunnen krijgen op de leeslijst voor het nieuwe leesseizoen en maken vervolgens de daarbij behorende leeswijzers. Gelukkig wist hij toch wat tijd vrij te maken om mijn digitaal aan hem voorgelegde, nieuwsgierige vragen te beantwoorden.

Bert, kun je ons wat meer vertellen over de werkgroep geschiedenis, dan we hier al kunnen lezen? Bijvoorbeeld hoe komen jullie eigenlijk de mogelijk op de boekenlijst te zetten boeken op het spoor?
Voor onze keuze zijn we vooral aangewezen op recensies in kranten en weekbladen, jaaroverzichten, aankondigingen en recensies in historische tijdschriften, op tips van lezers en op eigen vondsten van de leden van de werkgroep door regelmatig in een boekhandel rond te neuzen. Ook de groslijst voor de Libris Geschiedenis Prijs is een dankbare bron.
 
Hoe kiezen jullie uit dat aanbod vervolgens die boeken uit die jullie nader willen bekijken of ze voor de leesgroepen interessant en geschikt zijn. Wat zijn de criteria waaraan een boek – ongelezen – moet voldoen, willen jullie dat boek ook maar overwegen?
We kennen tamelijk objectieve criteria zoals prijs en aantal bladzijden, verdeling door de eeuwen heen is ook een belangrijk aspect, niet alles uit de 20e eeuw bijvoorbeeld en – zo is onze ervaring – niet te veel oorlog en geweld. Historische achtergrond en een zekere diepgang zijn bijna vanzelfsprekende eisen, dus geen fictie. Lijkt een titel door de reputatie van de schrijver, informatie van de uitgever of door een recensie op het eerste gezicht in aanmerking te kunnen komen voor een plaats op de boekenlijst, dan vraagt het werkgroeplid dat de contacten met de uitgevers onderhoudt twee beoordelingsexemplaren aan.
Onafhankelijk van elkaar lezen vervolgens twee leden van de werkgroep het boek waarbij één van hen alvast een inhoudsbeschrijving maakt. Beide beoordelaars moeten het boek geschikt vinden; bij twijfel wordt een derde werkgroeplid bij de oordeelsvorming betrokken en wordt er in een plenaire bijeenkomst over de opname beslist.
Een boek kan weliswaar heel interessant en informatief zijn, maar toch weerhoudt soms alleen al een titel een leesgroep ervan dit boek te kiezen. En een boek waarbij iedereen instemmend zit te knikken, draagt niet bij tot een discussie, anders gezegd, bij een boek moeten wel ca 15 discussievragen kunnen worden geconstrueerd.

 
Hoe verdelen jullie de boeken onderling?
Die verdeling wordt vooral geleid door de eigen interesse en vervolgens door de beschikbare tijd.
 
Leest eigenlijk ieder lid van de werkgroep evenveel boeken?
Nee, werkgroepleden die nog actief in het arbeidsproces participeren, hebben minder tijd voor lezen dan de gepensioneerde leden van de werkgroep, maar ook deze hebben soms volle agenda’s en meestal vrijwillig aangegane maatschappelijke en sociale verplichtingen!
 
Lezen jullie elk boek dat de eerste selectie doorkomt vervolgens allemaal?
Nee, wij gaan af op het oordeel van de leden die het boek ‘behandeld’ hebben. Zij hebben het natuurlijk wel van kaft tot kaft gelezen.
 
Hoe overleggen jullie met elkaar, wanneer?
De werkgroep komt drie á vier keer per jaar bijeen ter bespreking van lopende zaken en ter bespreking van de concept-leeswijzers die de constructeur(s) tijdig aan de werkgroepleden heeft (hebben) toegezonden. En er is tussendoor nogal wat mailcontact. Bijna altijd is ook de directeur van Senia aanwezig om andere agendapunten toe te lichten.
 
Hoe besluiten jullie welke boeken aan de boekenlijst worden toegevoegd? En hoeveel zijn er dat per jaar?
Een boek wordt pas aan de lijst toegevoegd nadat een concept-leeswijzer is besproken en goedgekeurd. Per jaar worden er 15 á 20 titels toegevoegd.
 
En de tegenovergestelde vraag: hoe besluiten jullie welke oudere leeswijzers van de boekenlijst worden afgevoerd? En hoeveel zijn dat er per jaar?
Handhaven van een titel op de lijst is afhankelijk van het aantal keren dat een boek wordt gekozen’ . Hoewel een e-book-versie soms nog enig soelaas kan bieden, verdwijnt een titel meestal van de lijst wanneer het boek niet meer in de boekhandel verkrijgbaar is. Het aantal ‘afvallers’ kan dus per jaar verschillen.
 
Schrijven jullie de leeswijzers zelf of laten jullie dat doen door externen/freelancers?
Voor geschiedenis maken we de leeswijzers zelf, maar voor de aparte categorie ‘biografieën’ leveren soms ‘externe’ krachten een bijdrage.
 
Hoe beoordelen jullie een concept leeswijzer?
Zo streng mogelijk! Bovendien is er een eindredacteur voor een laatste correctie en ter voorkoming van ongeoorloofde taalconstructies.
 
Klopt het tijdpad zoals hier aangegeven?
Eind februari/ begin maart moet voor de werkgroep de keuze vaststaan. Zodra een leeswijzer af is, dat wil zeggen, plenair besproken en goedgekeurd, wordt de titel van het boek op de website gemeld. In april wordt de papieren versie van de boekenlijst voorzien van wervende ‘flapteksten’ aan de leesgroepen gestuurd, die uiterlijk 1 juni hun keuze doorgeven aan het kantoor in Olst. In juni/juli gaat de productie van de leeswijzers in de gewenste aantallen van start en in de laatste week van augustus worden de bestelde leeswijzers verzonden aan de deelnemers.
 
Zijn jullie zelf ook lid van een leesgroep geschiedenis?
Niet iedereen, maar degenen die wel lid van een leesgroep zijn, stellen zich meestal terughoudend op bij de keuze door de leesgroep van de te lezen boeken of onthouden zich zelfs van stemming.
 
Hebben jullie contact met deelnemers aan geschiedenisleesgroepen?
Een lid van de werkgroep is aangewezen om binnenkomende vragen en opmerkingen over de leeswijzers te beantwoorden en te reageren op binnenkomende verzoeken een bepaalde titel op de lijst te zetten. Tijdens ‘inspiratiedagen’ wordt ook het een en ander aan persoonlijke ervaringen uitgewisseld.
 
Evalueren jullie of een leeswijzer in het gebruik goed blijkt te functioneren?
Het kantoor in Olst vraagt geregeld evaluatieformulieren op te sturen en daar doen we dan ons voordeel mee. Incidenteel gaat een lid van de werkgroep op bezoek bij een leesgroep om te horen hoe het gaat.
 
Heb je enig idee hoeveel tijd jullie eigenlijk besteden aan de werkzaamheden voor de programma-werkgroep geschiedenis?
Geen idee! We hebben geen prikklok ter beschikking!
 
Prikklok of geen prikklok, het inkijkje dat Bert Timmerman ons heeft gegund in ‘het geheim van de werkgroep geschiedenis’ maakt in elk geval duidelijk dat de leden van de werkgroep heel wat werk moeten verrichten om de deelnemers aan het geschiedenisprogramma iedere april weer een boekenlijst te kunnen presenteren die uitnodigt tot een jaar lang lezen en discussie. Bert en de zijnen verdienen als vrijwilligers daar veel dank voor!

Jos. van Wollingen