Keuzelijst 2022-2023

Kirchner en Nolde. Expressionisme kolonialisme

Dorthe Aagesen, Beatrice van Bormann e.a.
U22-01
WBOOKS Uitgeverij, 2021, 256 p.

Mensen en voorwerpen uit culturen van buiten Europa, met name Afrika en Oceanië, vormden een rijke inspiratiebron voor Ernst Ludwig Kirchner (1889-1938) en Emil Nolde (1867-1956), twee prominente leden van de expressionistische kunstenaarsgroep Die Brücke. Dit boek bespreekt hun werk in de context van het Duitse kolonialisme tussen 1908 en 1918 (het einde van het Wilhelminische keizerrijk). Centraal staat de vraag: wanneer spreken we van culturele uitwisseling en wanneer van culturele toe-eigening en uitbuiting? Speciale aandacht schenken de auteurs aan de scheve machtsverhoudingen tussen kunstenaar en model – vaak zwart en/of minderjarig.

Achttien auteurs werkten mee aan dit spraakmakende boek, dat verscheen als publicatie naast de gelijknamige tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam (2021). Zij stellen veel urgente kwesties aan de orde, zoals de vraag of we vandaag nog onbevangen kunnen genieten van westerse kunst uit de koloniale periode en of we kunstenaars uit het begin van de twintigste eeuw mogen afrekenen op misstanden van hun tijd. Het boek is prachtig vormgegeven en bevat een schat aan illustraties.

Land Art Live. De Flevoland Collectie

Mariska van den Berg en Martine van Kampen
U22-02
Nai010 Uitgevers, 2021, 208 p.

Acht-en-twintig kunstwerken zijn er de laatste vijftig jaar gerealiseerd in het landschap van de Flevoland en hier voor altijd verzameld.

Het boek is op veel manieren te gebruiken: bijvoorbeeld als: * inleiding tot de jonge kunststroming * fotodocumentatie * toelichting bij de kenmerken groei, erosie en verandering * betekenis van erfgoed met emotie * reisgids zonder vaste route * combinatie met performance kunst * geschiedschrijving van de werken * zwerftocht door de 70-er jaren layout * verzameling commentaren van de kunstenaars * stof tot nadenken over de kracht van natuur en kunst in de lege ruimte *.

Commentaren vanuit de betrokken disciplines als van rijksbouwmeester Floris Alkemade, kunsthistorica Anja Novak, cultuureducator Hester Dibbits, openbare-ruimte-kunstkenner Dees Linders leveren boeiende inzichten op. De zwart-wit-fotografie van Johannes Schwarz geeft uitdrukking aan ervaring van Land Art in relatie tot voortgaande groei en verval in de tijd.

Plaats en positie van Land Art is buiten in de vrije ruimte en steeds open om te bezoeken. Hoe zich dat verhoudt met andere meer in de beslotenheid kenbare kunstvormen wordt duidelijk door nauwkeurige beoordeling en bestudering van teksten en foto's in het boekwerk. Een boeiend verslag van het proces van kunstwerk naar cultureel en monumentaal erfgoed.

Het gedroomde museum. Kunstmuseum Den Haag

Jan de Bruijn, D Hardeman, J v Overeem
U22-03
Nai010 Uitgevers, 2021, 176 p.

Dromen van Berlage en Van Gelder komen uit en blijven in beeld in dit werk over Kunstmuseum Den Haag, voorheen Haags Gemeentemuseum. Het boek start met een terugblik op de ideeën van de initiatiefnemers als eerste presentatie. Daarop volgen de ontwikkelingen van het museum als instituut in verandering. Het besluit met de kern namelijk de verzameling zelf en haar toekomst. Deze drie-traps-raket is van een doorlopende tijdslijn voorzien. Daar doorheen geweven zijn er kleine onderzoeken en beschrijvingen van de bijzondere eigenschappen en verborgen plekken. Dat geeft het boek een leeservaring van meerdere reizen door ruimte en tijd ondersteund door schitterende originele en eigentijdse fotografie.

Een prachtig boek met veel foto's en teksten dat tot lezen uitnodigd. Tegelijk ook tot een vrijelijk bladeren langs herinneringen aan dromen waar het museum vol van is. De verschillende lagen die in het boek te herkennen zijn, leveren boeiende vragen op naar de zin en betekenis van het Kunstmuseum Den Haag.

Vergeet me niet. Portretten uit de renaissance..

Sara van Dijk, Matthias Ubl
U22-04
Uitgever Rijksmuseum Amsterdam, 2021, 260 p.

Vanaf midden veertiende eeuw worden er realistische portretten afgebeeld op schilderijen, tekeningen, prenten, penningen en bustes. Zowel de afgebeelde personen als kunstenaars hebben zich beziggehouden met wat zon portret feitelijk moet uitstralen. De portretten zitten dan ook vol zinnebeeldige symbolen, verborgen verwijzingen en heraldiek. Met veel reproducties wordt in het boek de artistieke ontwikkeling in de portretkunst onderbouwd en wordt in themas als familie, schoonheid, ambitie, liefde en kennis uitgelegd op welke wijze de geportretteerden over wilde komen. De maatschappelijke evoluties in de late vijftiende eeuw, waarin de traditie van gezag en macht ook in de burgerlijke samenleving opduiken, worden aan de hand van de portretten helder geduid. Het boek is de catalogus bij de tentoonstelling in het Rijksmuseum. Na lezing van het boek weet je wat de geportretteerde wilde uitdrukken met zijn Vergeet me niet.

Toegankelijk en gedegen ontsluiten de schrijvers de ons vaak onbekende beeldtaal en symboliek van de renaissanceportretten. Verfrissend is het perspectief vanuit een brede Europese context en niet de vaak benadrukte tegenstelling noord en zuid. Spijtig voor de vele schitterende reproducties dat het boek op mat papier is uitgegeven.

Frans de Wit. Landmarks.

Elsje Drewes
U22-05
Primavera Pers, 2021, 223 p.

Beeldhouwer Frans de Wit (1942-2004) komt in dit boek zowel met zijn persoonlijke ontwikkeling als met zijn werken in de spotlights. Elsje Drewes presenteert veel van zijn uitspraken - aforismen soms - in verband met de opvallende werken die hij op steeds grotere schaal in de openbare ruimte heeft gerealiseerd. Het meest bekend zijn de Klimwand en Dubbele schijf met trap in grofpuinheuvel [voor krasse knarren en festivals] in Spaarnwoude en Vierkant eiland in de plas in Rotterdam. Het gevecht van de beeldhouwer met het materiaal en het ontwerp op de plek is helder onder woorden gebracht. Samen met 300 fotos en tekeningen is het een inkijkje in de denkwereld ("Ik wil de betekenis van de plek zichtbaar maken") van de beeldhouwer uit Leiden.

Met dit boek krijgt de lezer een levendig verslag en een diepgaand onderzoek in de Nederlandse beeldhouw- en landschapskunstpraktijk. Daarnaast inzicht in hoe en met wie de kunstenaar tot realisatie van de werken in de openbare ruimte komt.

Sinds zomer 2020 is het werk - voor zover het te verplaatsen is - verzameld in de vrij toegankelijke Beeldentuin Frans de Wit in het Ankerpark in Leiden.

Global Wardrobe. De wereldwijde mode connectie.

Madelief Hohé
U22-06
Waanders Uitgevers, 2021, 144 p.

Wie heeft niet van de zijderoute gehoord, kent niet de batikmotieven uit Indonesië? Zonder invloed van de wereldculturen zou de West-Europese mode zich niet ontwikkeld hebben zoals ze gedaan heeft. Het gebruik van patronen en stoffen gebeurde echter vaak zonder aandacht voor de oorspronkelijke symboliek en betekenis. Het was gewoon mooi. Kunstmuseum Den Haag bestudeerde de eigen modecollectie met een frisse, hedendaagse blik. Het resultaat is een vijftal essays over de herkomst van motieven, de imitatie en de handel, maar de aandacht en het beeldmateriaal gaat vooral uit naar de jonge makers die heel innovatief gebruik maken van elementen uit de eigen culturele achtergrond.

Mode, toegepaste kunst, dit informatieve boek in grootformaat, vertelt en toont de positieve en negatieve aspecten van de mode door de eeuwen heen, met de nadruk op de hedendaagse makers. West-Europese mode verbindt zich met de wereld.

Het vrouwelijke oog wil ook wat. Vrouwen als opdrachtgevers, verzamelaars en kunstenaars

Jitske Jasperse
U22-07
Uitgeverij Sterck & de Vreese , 2021, 247 p.

Vrouwen in de kunstgeschiedenis worden veelal alleen aangegeven als geportretteerde figuren en naakten. Dit boek toont aan dat zij veel meer zijn dan blikvangers. Vrouwen als Eleonora van Aquitanië, Clara Peeters en Peggy Guggenheim zijn respectievelijk opdrachtgever, kunstenaar en verzamelaar. Zij spelen in hun tijd een belangrijke rol rond het thema kunst en vormgeving. Het vrouwelijk oog wil ook wat beslaat de periode van de Middeleeuwen tot de twintigste eeuw. De Middeleeuwen krijgen relatief veel aandacht, mede omdat juist over deze periode veel vooroordelen bestaan ten aanzien van vrouwen. Pas in de laatste decennia van de vorige eeuw ontstaat - onder andere dankzij de feministische, activistische kunstenaarsgroep Guerrilla Girls (VS) - steeds meer belangstelling voor de rol van vrouwen in de wereld van de kunst.

Jasperse inspireert om met andere ogen naar kunst te kijken en laat zo het mannelijke genie van zijn sokkel tuimelen. We zien daarbij geen uitputtend overzicht van vrouwelijke opdrachtgevers, kunstenaars en verzamelaars, maar beschrijvingen van een aantal geselecteerde, aansprekende vrouwen. De impact van deze vrouwen wordt geschetst aan de hand van een grote variëteit aan kunstvormen: schilderijen, sculptuur, miniatuurportretten, ivoren kistjes, glas-in-lood en fotografie. Interessant daarbij is dat bij alle afbeeldingen nog een aparte uitleg is toegevoegd.

In het licht van Cuyp. Aelbert CuYp & Gainsborough Constable Turneer

Sander Paarlberg e.a.
U22-08
WBOOKS Uitgeverij, 2021, 240 p.

Aelbert Cuyp (1620-1691) behoort tot de grote landschapschilders van de zeventiende eeuw. In zijn eigen tijd was hij alleen bekend in Dordrecht, maar na zijn dood ontstond er grote vraag naar zijn schilderijen in Engeland waardoor het grootste deel van zijn werk zich tegenwoordig in Engelse musea en landhuizen bevindt. Wat de Engelsen vooral aansprak in het werk van Cuyp was het bijzondere licht, de serene sfeer en zijn onderwerpskeuze. Vanaf halverwege de achttiende eeuw, begin negentiende eeuw zochten diverse kunstenaars inspiratie bij Cuyp. Onder hen beroemde kunstenaars als Thomas Gainsborough (1727-1788), John Constable (1776-1837) en William Turner (1775-1851). In dit kunstboek, dat verscheen als catalogus bij de tentoonstelling in het Dordrechts Museum, staan heel veel werken van Cuyp en zijn navolgers afgebeeld en beschreven en kunnen we zelf ontdekken wat de Britse kunstenaars zo bewonderden aan de Hollandse zeventiende-eeuwse schilder.

Als je van de zeventiende-eeuwse schilderkunst houdt, is dit een prachtig boek om met de meester van het gouden licht kennis te maken. Ook krijg je een goed zicht op de invloed van Cuyp op zijn navolgers

Art nouveau in Amsterdam 1895-1910

Max Put
U22-09
Stokerkade Cultuurhist. Uitgeverij, 2020, 256 p.

Dit boek corrigeert het beeld dat in Amsterdam amper echte Art-Nouveau-architectuur te vinden is. In zijn goed gedocumenteerde en prachtig geïllustreerde boek toont kunsthistoricus Max Put overtuigend aan dat de hoofdstad juist rijk bedeeld is met gebouwen met kenmerken van de Art Nouveau. Deze beweging die circa 1895 Europa veroverde, beïnvloedde ook Amsterdamse architecten als Caron, Cuypers, Herman, Hartkamp en Berlage. Ook zij zetten zich af tegen de historiserende neostijlen en gingen op zoek naar een nieuwe kunst, met de natuur als inspiratiebron. Het resultaat is nog altijd te bewonderen in tientallen woonhuizen, kantoren, winkels, cafés en hotels met hun zwierige belijning van de Frans-Belgische Art Nouveau, de chique geometrische decoraties uit Wenen of de eigen vormgeving van de Amsterdamse variant, belichaamd door architecten als Berlage en De Bazel. Dit standaardwerk maakt duidelijk dat de Art-Nouveau-architectuur misschien maar kort bloeide in Amsterdam, maar wel veel heviger en kleuriger dan vaak is aangenomen.

Na het lezen van dit rijk geïllustreerde overzicht van Art-Nouveau-gebouwen in Amsterdam ga je de stad met andere ogen bekijken. Enkele prikkelende discussiepunten zijn: is Art Nouveau een stijl of een beweging; in hoeverre verschilt 'decadent' Den Haag (Arts & Crafts) van 'nuchter' Amsterdam ('t Binnenhuis); is de beurs van Berlage wel of geen Art Nouveau?

Kijk als een kunstenaar. Van theedoek tot terpentine.

Monica de Ruiter
U22-10
Meulenhoff, 2021, 304 p.

Hoe is een schilderij opgebouwd? Welke verfsoort creëert welk effect? Waarom wordt tempera nooit meer gebruikt? Monica de Ruiter is rondleider bij het Rijksmuseum en kreeg deze vragen zo vaak te horen dat ze besloot er een boek over te schrijven. In plaats van wat er op de schilderijen is afgebeeld, ligt de nadruk in dit boek op hoe ze zijn gemaakt. De Ruiter laat via onderzoek en gesprekken met schilders en restauratoren oude en nieuwe meesters aan het woord over hoe ze werken en waarom precies op die manier. De betekenis van een werk, zo blijkt, hangt nauw samen met de techniek. Achtereenvolgens bespreekt De Ruiter drager, grondlaag, ondertekening, temperaverf, olieverf, aquarelverf en acrylverf. Bij ieder onderwerp komt een aantal oude en nieuwe meesters aan bod en worden een paar meesterwerken in het licht gezet om de besproken techniek te illustreren. Door de vaak verrassende feiten en verhalen gaan we anders naar schilderijen kijken.

Het boek is toegankelijk en plezierig geschreven en mooi geïllustreerd. Na het lezen weet je meer over schildertechnieken, over mooie spiegelingen in oppervlaktes, over een glans, een kleur, een lijn en over de schilders, hun gewoontes en hun voorkeuren. Door deze kennis vergroot en verdiep je het kijkplezier.

Bergense School. De eerste Hollandse expressionisten (1914-1925)

Renée Smithuis
U22-11
Waanders Uitgevers, 2021, 112 p.

De Bergense School is de eerste expressionistische kunstenaarsbeweging in Nederland. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog trok een groep jonge kunstenaars naar het Noord-Hollandse Bergen. Daar ontwikkelden zij, onder invloed van de Franse schilder Henri Le Fauconnier (1881-1945), een nieuwe schilderkunst voorzien van een eigen manifest. De kunstenaars die zich aansloten bij de nieuwe beweging schilderden allen in een nauw verwante stijl met hoekige vormen, brede penseelstreken en donkere kleuren. Bekende namen zijn o.a. Dirk Filarski, Leo Gestel, Charley Toorop, Elsa Berg en Piet van Wijngaerdt. Auteur Renée Smithuis vertelt vol passie over de komst van de schilders naar Bergen, over de hoogtijdagen van de kunstenaarsbeweging tussen 1914 en 1920 en over de invloed die zij hebben gehad op latere generaties schilders. Het boek bevat veel kleurige reproducties van diverse kunstwerken.

Het is interessant en boeiend om te lezen hoe het Noord-Hollandse dorp Bergen uitgroeide tot een plek waar veel kunstenaars decennialang werkten. Een uitdaging om hun werk te vergelijken en de verschillen met elkaar te bespreken.

Nola Hatterman. Geen kunst zonder kunnen

Ellen de Vries (red.)
U22-12
Waanders Uitgevers, 2021, 183 p.

Op het schilderij Louis Richard Drenthe/Op het terras uit de collectie van het Stedelijk Museum na, was het werk van Nola Hatterman tot voor kort nagenoeg onbekend bij het Nederlandse publiek. Het boek voorziet in die leemte met prachtige afbeeldingen van realistische portretten van (Afro) Surinaamse schildersmodellen afgewisseld met landschappelijke themas. Nola, autodidact wat tekenen en schilderen betreft, gaat na de toneelschool acteren en verkeert in een links artistiek milieu. Na 1925 legt ze zich volledig toe op schilderen waarbij ze realisme boven abstractie prefereert, lid wordt van kunstenaars-verenigingen en exposeert. Vanaf de jaren dertig zijn haar modellen vaak donkere mensen. Zij gaat zich steeds meer identificeren met niet-blanken en reist in 1953 naar Suriname waar ze gaat wonen, een kunstopleiding begint en onder andere een serie historiestukken maakt. Verschillende auteursbijdragen geven een genuanceerd beeld van de artistieke keuzes die Hatterman maakte, haar plaats in de kunstgeschiedenis en de belangrijke rol die ze speelde in het Surinaamse kunstonderwijs.

Het leven, engagement en de thematiek van Nola Hatterman spreken tot verbeelding. Prikkelend is het verschil in meningen van de diverse auteurs, die je echt aan het denken zetten. Het overgrote deel van haar kunstwerken is in privébezit, waardoor het grote aantal mooie reproducties nu de gelegenheid biedt haar werk te leren kennen.

Geen tijd verliezen. Jeanne Bieruma-Oosting 1898-1994

Jolande Withuis
U22-13
De Bezige Bij, 2021, 477 p.

Heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen, Het is mijn adem, citeert Withuis, in haar biografie van Jeanne Oosting. Het centrale thema in het leven van Oosting is de strijd voor het vrouwelijk kunstenaarschap tegen de achtergrond van de maatschappelijke veranderingen in de 20e eeuw. Tegelijkertijd is het een boeiend portret van een kunstenaar, min of meer opgesloten in de mores van de 19e eeuwse adel, op zoek naar een eigen stem en thematiek. De afbeeldingen geven een goede indruk van haar grafische- en schilderwerk en de ontwikkeling daarvan. Oosting heeft altijd belangstelling gehad voor de ontwikkelingen van haar tijd, maar heeft vooral haar eigenheid in woord en beeld bewaard.

De goed leesbare biografie, met veel aandacht voor detail en voorzien van een uitgebreid nawerk, is een verhaal over wilskracht, rangen en standen, kracht en kwetsbaarheid. In de loop van 2022 zijn er meerdere tentoonstellingen over het leven en werk van Jeanne Oosting: Museum Henriette Polak te Zutphen, Museum Staal in Almen, Museum Belvédère te Heerenveen, Nobilis Centrum voor Prentkunst in Fochteloo en het Museum Maassluis.



Betekenis symbolen: het aantal penseeltjes (1, 2 of 3) duidt op de moeilijkheidsgraad van de boeken.